Twaalf jaar na een fietsongeval

Sinds 2011 kunnen mensen bellen naar 03 20 574 80 met al hun grote en kleine zorgen na een verkeersongeval. Jaarlijks vallen ongeveer 30.000 verkeersslachtoffers op Vlaamse wegen. Maar slechts een fractie van alle slachtoffers, naasten, nabestaanden en veroorzakers bereikten ons met hun vragen. Dat terwijl iedereen recht heeft op goede informatie en ondersteuning. Ook Silke (26) raakte betrokken bij een ongeval, ze was toen veertien jaar. De gevolgen zijn twaalf jaar later nog steeds voelbaar.

Op een donkere en regenachtige januariochtend in 2007 fietste ze naar school. Op de kerktoren zag ze dat ze al bijna te laat was. Ze deed dan wat eigenlijk iedereen deed, over het marktplein rijden om verderop de baan niet te moeten oversteken. De vrachtwagen in de verte zag ze wel, maar het draaimanoeuvre toen hij dichterbij kwam, had ze niet zien aankomen.

Silke kwam onder de wielen terecht, de tientonner reed over haar bekken. Door het kraken van de fiets besefte de chauffeur dat er iets niet juist was. Hij stapte meteen uit en zag Silke onder de vrachtwagen liggen, waarna hij begon te praten tegen haar. Zij bleef vragen om haar familie op de hoogte te brengen.

Toen de ambulance op weg naar het ziekenhuis over een vluchtheuvel reed, verloor Silke het bewustzijn. Pas vier dagen later werd ze wakker uit een kunstmatige coma. Met het besef dat er dagen voorbij gegaan waren, vroeg ze zich af of ze niet naar school moest. Ze vroeg naar de chauffeur en welke dag het was. Twee weken en vijf operaties later, mocht Silke ‘Intensieve zorgen’ verlaten. Maar door de intense band met de verpleging had ze daar niet zoveel zin in. Plots zou ze door andere mensen verzorgd worden.

In totaal onderging Silke negentien operaties, die aan haar bekken was het meest risicovol. Haar ouders wisten dat ze er verlamd kon uitkomen. Zelf besefte ze pas hoe belangrijk de operatie was toen de chirurg bijna een gat in de lucht sprong omdat ze haar tenen kon bewegen.

In de weken na coma leert Silke opnieuw drinken, eten en naar toilet gaan. Door twee weken plat te liggen zijn haar spieren volledig weg. Ze leert rechtop zitten, haar benen omhoog tillen en uiteindelijk weer stappen. De spieren in haar kuit waren zo kort geworden dat ze geplooid rechtop stond. Die spieren terug uitrekken kostte veel tijd en moeite en was vooral enorm pijnlijk. De vriendinnen die haar komen bezoeken proberen de oefeningen ook eens mee te doen, maar moeten al snel opgeven.

Na de revalidatie was het moeilijkste om als veertienjarig meisje de littekens te moeten aanvaarden. Maar al in september fietste ze opnieuw zelf naar school, de zorgen van haar mama hielden haar niet tegen. Ze wou terug zo zelfstandig mogelijk worden en kon starten in het nieuwe schooljaar met haar oude klasgenootjes. Door BedNet en omdat leerkrachten vrijwillig les kwamen geven, slaagde ze voor haar eindexamens.

Toch kon ze niet altijd alles doen wat haar leeftijdsgenootjes deden. Vakantiewerk is nooit een optie geweest, terwijl ze vermoedt dat in de horeca werken misschien wel iets is dat haar ligt. Als veertienjarige had ze nog geen uitgesproken ambities, maar haar latere studiekeuze werd wel door het ongeval beïnvloed. Omdat ze zelf ondervond hoe het was om in een rolstoel te zitten en met een beperking door het leven te moeten gaan, koos ze voor Orthopedagogie.

Nu is Silke voltijds aan de slag in de psychiatrische thuiszorg, maar de zoektocht naar werk verliep niet helemaal zoals verwacht. Na een vlot sollicitatiegesprek bij een instelling voor mensen met een mentale handicap, kwam een confronterend telefoontje. Silke werd afgekeurd omdat ze door de blijvende fysieke letsels niet bij een zwaarbehoevende leefgroep kan werken. Het voelde aan als discriminatie en stelde haar enorm teleur.

Haar bekken blijft nog een gevoelig punt. De blijvende littekens, de lichte misvorming op haar been, dat zijn zaken waar Silke zich nog aan stoort. Ookal is er geen sprake meer van revalidatie, Silke moet wel voortdurend haar grenzen bewaken en accepteren dat ze niet te veel inspanningen mag doen. Sinds twee jaar heeft ze artrose met uitstraling naar haar benen. Weten dat dat voor de rest van haar leven is, is geen geruststellende gedachte. En als er ooit een kindje zou komen, weet ze dat het niet zonder obstakels zal zijn. Ze vraagt zich luidop af of ze onbewust een kinderwens onderdrukt.

Pas 6 jaar na het ongeval hadden Silke en haar ouders het gevoel dat ze alles konden afsluiten. Dat kwam vooral door de juridisch lange en frustrerende weg met veel administratie. Als achttienjarige, vier jaar na het ongeval, begon ze zich stilaan te ergeren dat het allemaal nog steeds niet in orde was. Ze moest regelmatig langs bij dokters, bijvoorbeeld van de verzekering van de tegenpartij. Het frustreerde haar dat in een korte consultatie een oordeel wordt geveld. Opnieuw iemand die aan je lijf zit, opnieuw langsgaan bij een dokter die naar haar aanvoelen te weinig betrokken is. Na school zat ze vaak drie uur in het ziekenhuis voor verdere onderzoeken.

Het hele traject na haar verkeersongeval legde Silke alleen af, samen met haar naasten. Rondpunt leerde ze pas veel later kennen. Nochtans kan Rondpunt op vlak van re-integratie, juridische en verzekeringstechnische zorgen en psychosociale of medische vragen, veel betekenen. Zelf had ze graag geweten dat lotgenotencontact bestond. Praten met iemand die snapt hoe ze zich toen voelde, had een grote meerwaarde kunnen zijn in de eerste fase van de verwerking.

In de verwerking hielp het haar dat ze in gesprek kon gaan met de veroorzaker. Ze konden samen over het ongeval praten en vragen stellen aan elkaar. Silke voelde nooit kwaadheid tegenover de chauffeur en is blij dat hij de stap heeft kunnen zetten om opnieuw zijn passie als vrachtwagenchauffeur op te nemen. Niet alleen mijn leven, maar ook dat van hem werd overhoop gegooid, besluit ze het gesprek.

Nu vertelt Silke haar verhaal in scholen via ons project Getuigen onderweg. Zo probeert ze iets nuttigs te doen met haar ervaring. Het is voor haar een antwoord op schuldgevoelens tegenover mensen die meestal niet levend uit een gelijkaardig ongeval komen. Kunnen navertellen wat anderen niet meer kunnen.