De rol van verkeersslachtoffers in het juridisch proces

Prof. Frank Hutsebaut, politierechter Kathleen Stinckens, beleidscoördinator Ann Castrel en mr. Frieda Hendrickx stonden even stil bij de juridische situatie waarin verkeersslachtoffers terechtkomen. Allen zien ze het leed achter de statistieken. Maar in hoeverre is dat leed van juridische aard? Ad Rem - het ledenblad van de Orde van Vlaamse Balies van de advocatuur - legde het panel vier stellingen voor.  

  1. Stelling: Sinds 2014 eist het verkeer in België opnieuw meer mensenlevens en zwakke weggebruikers zijn kwetsbaarder dan ooit. Het wettelijk instrumentarium van politierechters is echter volstrekt ontoereikend om recidivisten aan te pakken. Daarnaast moet de wetgever het rijbewijs met punten effectief invoeren.

KATHLEEN STINCKENS: "Het probleem is niet de grootte van ons instrumentarium op zich. Er is heel wat mogelijk en Potpourri II heeft recent elektronisch toezicht en de autonome probatiestraf in verkeerszaken mogelijk gemaakt. Het probleem is veeleer dat de wetgever onze beoordelingsmarge heeft beperkt. Ikzelf, en veel collega's met mij, voelen zich daardoor bekneld. Heel concreet kunnen we in bepaalde gevallen niet anders dan een rijverbod op te leggen, samen  met de verplichting om proeven en examens met goed gevolg af te leggen". Zeker bij recidivisme mis je zo de vrijheid om te kunnen zoeken naar welke - eventueel alternatieve straf- het beste past. Heel efficiënt is bijvoorbeeld een werkstraf in een revalidatiecentrum als Pellenberg, zodat men in aanraking komt met verkeersslachtoffers. Maar de partij in kwestie moet daar uiteindelijk zelf om vragen en dat brengt ons bij een ander punt. Te weinig advocaten zijn op de hoogte van de maatregelen  die we wél kunnen nemen.  Het is jammer  dat er tijdens de pleidooien  nog een mini-consultatie moet gebeu­ren. Ik denk dat het voor advocaten heel zinvol zou zijn op voorhand alle mogelijkheden met hun cliënt te bespreken. Dat gebeurt  te weinig."

FRIEDA HENDRICKX: "Ik stel vooral vast dat de wetgeving de voorbije jaren merkelijk strenger is gewor­den, naar mijn aanvoelen vanuit een zeker wan­trouwen  ten opzichte van de rechters en ingegeven door politiek en media. Zij gaan er te makkelijk van uit dat zeer strenge straffen ook de meest efficiënte zijn. Anderzijds- en dat mag ook wor­den gezegd- zijn nog steeds enkele rechters niet scheutig wat alternatieve straffen betreft, ook al vraagt de advocaat die echt à tête du client wil werken daarom. Men vindt zo'n straf en de opvol­ging ervan te gecompliceerd waardoor men het bij eenvoudige geldboetes houdt, die weliswaar zeer hoog kunnen oplopen."

ANN CASTREL: "Het intrekken van het rijbewijs en het opleggen van boetes zijn uiteraard erg belangrijke maatregelen. Maar wanneer het daar in zware ongevallen  bij blijft, merken  wij inderdaad dat dit vaak voor wrevel bij de slachtoffers  zorgt. De strafmaat is in de meeste gevallen niet het allerbelangrijkste voor hen, wél de aanwezigheid van schuldbesef  en spijt. Men wil dat de dader inzicht krijgt in het veroorzaakte leed, en dat bereik je uiteraard eerder  met alternatieve straffen."


FRANK HUTSEBAUT: "Wat is het maatschappelijk be­lang dat wordt gegeven aan het feit dat een kind door een dronken  chauffeur wordt doodgereden? Hoe wordt voorkomen dat zoiets nog gebeurt? Daarop moet het instrumentarium zich kunnen focussen. En natuurlijk blijft het in mijn ogen en die van de slachtofferverenigingen onbegrijpelijk waarom  het rijbewijs met punten al 26 jaar geen uitvoeringsbesluit krijgt. Nochtans is de maat schappelijke  tol die we daarvoor  met zijn allen betalen onwaarschijnlijk groot. De 732 verkeers­doden in 2015 zijn het topje van de ijsberg. "

"Naast de 48.000 lichtgewonden waren er ook 4.502 zwaargewonden. Dat is een heel duidelijke categorie waarover nauwelijks wordt gesproken  ter­wijl achter  dat getal een onwaarschijnlijk leed schuilt. Die mensen  blijven invalide of moeten vaak jarenlang revalideren. Ze krijgen naast het medische aspect ook af te rekenen  met grote gevolgen in hun sociale, psychische en economi­sche toestand. Om van alle juridische en verzekeringstechnische problemen nog maar te zwijgen. Over die groep blijft het beleid oorverdovend stil." - Hutsebaut

2. Stelling: De taak van de advocaat beperkt zicht tot de juridische kant van de zaak en houdt op na het vonnis van de politierechter. Met de eigenlijke strafuitvoering en psychologische bijstand hoort hij zich niet bezig te houden. Die juridische leest verdient extra aandacht. Er zijn maar liefst 1 764 advocaten die verkeersrecht als voorkeurmaterie opgeven Voor cliënten is het onduidelijk wie zich echt specialiseert omdat er geen kwaliteitscontrole op de voorkeursmateries bestaat.

FRIEDA HENDRICKX: "Uiteraard moeten wij onze cliënten in de eerste plaats juridisch bijstaan. Maar, en misschien bij uitstek in het verkeersrecht, dat moet wel op een psychologisch verantwoorde ma­nier gebeuren. Zeker bij zware ongevallen is het eerste contact vaak weinig juridisch. Men wil zijn verhaal doen en zoveel mogelijk zicht krijgen op het verdere verloop.  Je kan daar niet omheen: het juridische staat zeker bij zware ongevallen nooit los van het emotionele.  Of men na een ongeval nog klacht moet indienen, wat bepaalde straffen inhouden en hoe ze worden uitgevoerd, op welke manier men desgewenst contact met de dader kan opnemen: het merendeel van de cliënten weet dat totaal niet. Dat zijn kwesties waarvoor men alleen bij een advocaat of in sommige gevallen bij slacht­offerhulp kan aankloppen,  want bij de verzekeraar kan men daarvoor niet terecht. Ook aders of veroorzakers zijn in veel gevallen volledig ontredderd. Ik beweer hier niet dat elke advocaat best ook voor psycholoog heeft gestu­deerd, maar het zou nuttig  zijn als er in functie van de voorkeurmateries een specifieke opleiding én controle door de lokale orde of de OVB zou bestaan, ja. In ons vakgebied zijn opleidingen victimologie en slachtofferzorg, zoals die overigens voor de magistratuur georganiseerd worden, eigen­lijk een must. Ook op juridisch-technisch vlak is een zeer specifieke kennis nodig om een degelijke schade-eis te kunnen opstellen. Dat is een vak op zich."

ANN CASTREL: "Wanneer wij slachtoffers begeleiden, stellen we vast dat er een groot verschil tussen advocaten onderling bestaat. Het ontbreekt een aantal aan empathie en aan communicatievaardigheid om in menselijke taal de juridische zaken waarmee slachtoffers of daders worden geconfronteerd uit te leggen. Helemaal jammer is dan ook de vaststelling dat wanneer iemand van het CAW mee naar de advocaat gaat, dat lang niet altijd wordt gewaardeerd., zeker niet als de hulpverlener in kwestie een jurist is. Hoewel het CAW de opdracht heeft om slachtoffers zoveel mogelijk op maat te begeleiden en dus multidisciplinair te werken, voelt men zich blijkbaar op de vingers gekeken terwijl een goede ondersteuning - zowel juridisch als psychisch - toch de gemeenschappelijke bekommernis is. Gelukkig zien andere advocaten wel degelijk onze meerwaarde. Zij nemen bijvoorbeeld mee het initiatief om tijdens de zitting iemand van slachtofferhulp aanwezig te laten zijn, iets wat overigens vanuit sommige rechtbanken zelf wordt geïnitieerd. Bijkomend voordeel is dat de advocaat zich zo bij uitstek op zijn corebusiness kan concentreren."

FRANK HUTSEBAUT: "Ik denk spontaan aan de woorden van een moeder die haar kind in een ongeval verloor: 'Een advocaat in verkeerszaken moet naast een hoog IQ een even hoog EQ hebben'. Natuurlijk behoort  het niet tot het takenpakket van de advo­caat slachtoffers psychologische bijstand te geven maar hij moet wel een goede juridische trajectbegeleider van zijn cliënt zijn. En dat veronderstelt net zoals in elke goeie advocaat-cliëntenrelatie inle­vingsvermogen, ook al omdat de juridische rol van de verkeersadvocaat behoorlijk uitgebreid is. Proce­dure, rechtsgang, inzage dossier, contact met verze­keraars, medische expertises... dat moet allemaal zijn beslag krijgen en vertolkt worden naar het slachtoffer. Kwaliteitscontrole is absoluut nodig."

KATHLEEN STINCKENS: "Ik zit op dezelfde golflengte. Ik heb het gevoel dat er nog altijd heel wat advocaten zijn die het verkeersrecht er graag 'bijnemen', zeker als het om een vrij eenvoudig ongeval gaat, men voor de rechtbank een 'pardon' gaat vragen en het ereloon in de meeste gevallen sowieso door de verzekeringsmaatschappij wordt betaald. Als rechter is dat soms frustrerend. Uiteraard mogen wij niet ultra petita oordelen maar feit is wel dat sommige advocaten, vaak met weinig ervaring in verkeerszaken, verkeersslachtoffers onvoldoende wijzen op de mogelijke schadevergoedingen. Dat vind ik pijnlijk en dan vraag ik mezelf wel eens af waarom men die materie erbij neemt. Het antwoord is even logisch als ontluisterend: 'Omdat het in sommige gevallen makkelijk verdiende centen zijn.'

Het volledige artikel - met de twee andere stellingen - kan je lezen via deze site: https://issuu.com/adremmagazine/docs/adrem3_2016

Bron: Adrem Oktober 2016