Onderwijs

Broers, zussen en kinderen van een overleden slachtoffer

moeten vaak al snel weer naar school. Voor sommige kinderen en jongeren is dit een plaats waar het gewone leven verder gaat, waardoor ze even uit de confronterende situatie thuis weg zijn. Voor deze kinderen en jongeren kan het belangrijk zijn dat het er op school normaal aan toe gaat, dus dat er geen extra nadruk gelegd wordt op wat er gebeurd is, als ze hier zelf niet om vragen. Het is wel belangrijk dat de leerkrachten, de directie en het Centrum voor Leerlingenbegeleiding op de hoogte zijn, zodat zij in het oog kunnen houden hoe het gaat met het kind of de jongere. Zij kunnen af en toe laten weten dat het kind of de jongere bij hen terecht kan als die daar nood aan heeft, maar ook praktisch hulp voorstellen, zoals het helpen inhalen van gemiste leerstof of een andere examenregeling. 

Iris (12 jaar) gaat één jaar na het overlijden van haar broer Lander naar het eerste middelbaar. Een leerkracht geeft huiswerk op: stel jezelf en je gezin voor in een opstel. Iris schrijft het hele opstel alsof Lander nog leeft. Wanneer moeder het opstel toevallig leest, vraagt ze Iris om uitleg. Iris vertelt haar dat ze geen zin heeft om in de eerste week direct aan al die vreemde klasgenoten uit te leggen dat haar broer gestorven is. Ze wil ‘zoals de anderen zijn’ en niet opnieuw die honderden vragen beantwoorden en medelijdende blikken zien. 

Langs de andere kant spreken kinderen en zeker jongeren vaak het liefst met hun eigen vrienden over hoe ze zich voelen. Die vrienden weten alleen niet altijd goed hoe ze om moeten gaan met het verdriet, omdat ze vaak zelf nog niet zoiets hebben meegemaakt. Het kan daarom goed zijn dat een leerkracht wat duiding geeft, bijvoorbeeld voordat het kind of de jongere terug naar school komt. Doe dit wel steeds in samenspraak met het kind of de jongere zelf en enkel als hij het hiermee eens is. 

Het kan ook zijn dat het kind of de jongere een vertrouwenspersoon vindt in een leerkracht of CLB-medewerker. Hij kan thuis vaak moeilijk terecht met zijn verhaal, omdat hij zijn ouder(s) niet extra willen belasten. Dan kan het belangrijk zijn dat hij een andere volwassene vindt die hij vertrouwt en die hem het gevoel geeft dat hij er steeds welkom is om te vertellen over hoe het gaat. 

Klasgenoten van een overleden slachtoffer 

Als er van de ene dag op de andere een klasgenoot sterft, is dit voor kinderen of jongeren vaak heel triest en ook angstaanjagend. Het kan hen het gevoel geven dat het leven oncontroleerbaar is en dat hen zelf ook plots iets kan overkomen. Het is daarom vaak goed om met de klas te spreken over wat er net gebeurd is en de vragen hierover te beantwoorden. Daarnaast is het belangrijk om samen te zoeken naar manieren om de overleden persoon te herdenken. Als de ouders hiermee akkoord zijn, dan kan de klas ook een rol spelen tijdens de afscheidsplechtigheid. Er is heel wat materiaal voor leerkrachten om aan de slag te gaan met de leerlingen rond rouw, vaak op een creatieve manier. Als klasgenoten iets maken voor de ouders van de overledene wordt dit door de ouders vaak erg gewaardeerd en gekoesterd. 

Materiaal 

Kijk ook in onze boekenlijst voor boeken over en voor rouwende kinderen en jongeren.

Je kan het boek ‘Kinderen helpen na eens schokkende gebeurtenis’ downloaden.

Leerkrachten vinden hier een lijst met materiaal waarmee ze in de klas aan de slag kunnen gaan. Sommige gemeentelijk bibliotheken hebben ook een rouwkoffer die je kan uitlenen.

Deze presentatie van het Centrum voor Leerlingenbegeleiding Brasschaat van het Gemeenschapsonderwijs bevat een draaiboek voor scholen om om te gaan met een overlijden.

Jeugdbewegingen kunnen terecht op de pagina Veilig op Stap voor advies wanneer ze te maken krijgen met een verkeersongeval.

Materiaal voor scholen

De ZEBRA-kit is een trolley vol lesmateriaal om op school te werken rond de gevolgen van verkeersongevallen. In de ZEBRA-kit zitten lesmappen, voorleesboeken, prenten bij voorleesverhalen,... Lees verder