Niet-aangeboren hersenletsel

Verkeersongevallen zijn één van de belangrijkste oorzaken van blijvende schade aan de hersenen of niet-aangeboren hersenletsel (NAH). De gevolgen zijn erg uiteenlopend en afhankelijk van de aard, locatie en omvang van het letsel.

Coma

Na een verkeersongeval waarbij het slachtoffer een hoofdletsel oploopt, gebeurt het dat deze een tijd in een comateuze toestand terechtkomt. Coma is een toestand van verminderd bewustzijn. Soms houden artsen zwaargewonde patiënten met behulp van medicatie in een kunstmatige coma. Wanneer de verdoving wordt afgebouwd, komen deze patiënten geleidelijk terug bij.

NAH

Na een verkeersongeval is er soms blijvende schade aan de hersenen. We spreken dan van een traumatisch hersenletsel. Een op de zeven zwaargewonde verkeersslachtoffers loopt een traumatisch hersenletsel op.

De gevolgen van een hersenletsel zijn heel uiteenlopend en afhankelijk van de aard, locatie en omvang van het letsel. Een hersenletsel kan zich op verschillende manieren uiten. Er kunnen zichtbare en onzichtbare gevolgen optreden.

Laat je niet misleiden door ervaringen van anderen. Elke persoon met een hersenletsel reageert op zijn eigen, unieke manier en het is bijna onmogelijk om patiënten met elkaar te vergelijken.

We geven hieronder een lijst met enkele van de meest voorkomende gevolgen van een traumatisch hersenletsel. Ze kunnen zowel lichamelijk als cognitief*, of zichtbaar als onzichtbaar zijn. Deze gevolgen komen zelden of nooit tegelijkertijd voor bij een en dezelfde patiënt.

Mogelijke lichamelijke gevolgen:

  • Verlamming, al dan niet gepaard met spasticiteit (niet te controleren bewegingen door verhoogde spierspanning);
  • Gedeeltelijke verlamming of verlies van spierkracht aan één kant van het lichaam.
  • Evenwichtsstoornissen met een verhoogd risico op valpartijen;
  • Gevoelsstoornissen aan één helft van het lichaam. Bij elke persoon kan het verschillen welk gevoel verminderd is (pijn, warmte, koude, houding, beweging, tast);
  • Incontinentie;
  • Problemen met het zicht: mensen met een halfzijdige verlamming kunnen ook lijden aan halfzijdige blindheid of hemianopsie. Andere mensen hebben dan weer last van dubbelzicht en zien bijvoorbeeld een voorwerp of persoon dubbel;
  • Spraakmoeilijkheden: niet of moeilijk kunnen spreken als gevolg van een verminderde controle van de spieren van tong, mond en lippen;
  • Slikproblemen door een verminderde controle over de spieren in mond en keel die nodig zijn voor het kauwen en slikken;
  • Epilepsie: verzamelnaam van stoornissen die gepaard gaan met in aanvallen optredende verschijnselen, ook wel vallende ziekte genoemd;
  • Anosmie: het gebrek aan reukzin, of de afwezigheid te kunnen ruiken. Dat kan zowel van tijdelijke aard zijn als permanent;

Mogelijke gedrags-, emotionele en leerproblemen:

  • Geheugenproblemen: bv. afspraken vergeten of vergeten wat gebeurd of gezegd is;
  • Aandachtsstoornissen: bv. snel afgeleid zijn en moeilijk tegen drukte kunnen;
  • Oriëntatieproblemen: bv. je niet kunnen oriënteren in plaats, tijd (verstoorde inschatting/beleving) en ruimte;
  • Stoornissen in leervermogen: bv. moeizaam aanleren of opnieuw aanleren van vaardigheden;
  • Afasie: taal niet meer correct gebruiken en/of begrijpen, de juiste woorden moeilijk vinden of woorden verwisselen of verzinnen. Soms kunnen patiënten die aan afasie lijden zich totaal niet meer in woorden uitdrukken. Het gebeurt zelfs dat ze zich plots van een vreemde taal bedienen;
  • Agnosie: mensen, dieren en voorwerpen wel zien, maar niet herkennen;
  • Neglect: zich niet bewust zijn van de lichaamshelft die verlamd is. Bv. wanneer iemand een linkszijdige verlamming heeft, is hij zich vaak niet bewust van zijn linkerlichaamshelft en van zijn linkerruimtehelft. De verlamde kant wordt als het ware niet als een deel van het lichaam ervaren. Er is ook geen aandacht voor wat er aan die kant van de ruimte rondom de patiënt gebeurt. Het resultaat is dat sommige patiënten soms maar een helft van hun bord leegeten of langs de kant die zij ‘negeren’ tegen allerlei obstakels of mensen botsen;
  • Niet kunnen leren uit ervaringen;
  • Geen of een verminderd ziekte-inzicht;
  • Vermoeidheid die niet in verband gebracht kan worden met inspanning;
  • Verstoorde controle dat zich uit in ongeremd en impulsief gedrag. Snel boos of prikkelbaar worden. Kinderlijk gedrag. Wisselende emoties;
  • Geen initiatief meer nemen;

Het herstel en de revalidatie na een hersenletsel kan maanden of zelfs jaren duren en het is vaak onmogelijk om een juiste inschatting van de toekomst te maken. De onzichtbare gevolgen zijn moeilijk te begrijpen voor de buitenwereld en hebben een grote impact op zowel de persoon met hersenletsel als zijn omgeving. Het vraagt veel geduld en doorzettingsvermogen van beiden.

Personen met een traumatisch of niet-traumatisch hersenletsel (o.a. hersentumor), verzameld onder de naam niet-aangeboren hersenletsel (NAH), worden erkend als personen met een handicap. Zij hebben verschillende mogelijkheden, afhankelijk van hun persoonlijke noden en wensen zoals een verblijf in een voorziening, begeleid wonen en enkele uren ambulante zorg per week ...

Er zijn verscheidene revalidatiecentra, voorzieningen en begeleidingsdiensten gespecialiseerd in de ondersteuning aan en begeleiding van personen met een niet-aangeboren hersenletsel.

Op de site www.infoNAH.be staat uitgebreide informatie specifiek voor personen met NAH, familie en hulpverleners. De NAH LIGA wil alle personen en organisaties die zich inzetten voor een betere kwaliteit van leven van mensen met een NAH met elkaar verbinden en versterken. Samen met het Vlaams Platform NAH, dat nu deel uitmaakt van de NAH LIGA, gaan diverse organisaties aan de slag rond thema’s zoals lotgenotencontact, vorming en opleiding, sensibilisatie, gebruikerswerking, brede zorg, innovatie en onderzoek…. De supportteams NAH (Vlaams-Brabant en Antwerpen) ondersteunen mantelzorgers en professionals met hun kennis en expertise.