Amputatie

Amputatie van hand, arm of been door een verkeersongeval kan verschillende oorzaken hebben:

  • Een lichaamsdeel wordt afgesneden of afgerukt tijdens het verkeersongeval.
  • Er treedt zodanig ernstige beschadiging van een lichaamsdeel op dat herstel niet mogelijk is en het lichaamsdeel verwijderd dient te worden.
  • Een lichaamsdeel raakt gekneld zonder mogelijkheid om de beknelling voldoende snel op te heffen. 
  • Het verkeersslachtoffer heeft ernstige brandwonden waarbij lichaamsdelen ernstig beschadigd zijn.

Amputatie, en dan vooral beenamputatie, komt regelmatig voor bij motorongevallen. Amputatie door een verkeersongeval is voor het verkeersslachtoffer, maar zeker ook voor zijn directe omgeving, een traumatische ervaring bovenop het ongeval. Niet alleen lichamelijk, maar ook geestelijk is een amputatie een zware belasting. Naast het verlies van de functies van een lichaamsdeel van de ene op de andere dag, is een amputatie ook meestal erg zichtbaar en roept het sterke emoties op bij anderen. Ook bij niet-direct zichtbare amputaties is bij de getroffene en zijn naasten vaak sprake van een soms jarenlang rouwproces en een verwerking van het verlies. Een amputatie roept vaak vele vragen op.

Als een lichaamsdeel is geamputeerd, bekijkt de revalidatiearts samen met de patiënt wat voor beperkingen de amputatie tot gevolg heeft. Aan de hand daarvan stelt de revalidatiearts een behandelplan op met ondersteuning van het revalidatieteam. In de beginfase zal vooral geleerd worden om om te gaan met de stomp (wondgenezing en eenhandigheidstraining bij armamputaties en rolstoeltraining bij beenamputaties), dit omdat er altijd, ook zonder kunstlidmaat (prothese), gefunctioneerd moet kunnen worden om niet afhankelijk te worden van een prothese. Later kan worden gekeken welke functies van het ontbrekende lidmaat een prothese kan overnemen. Hierbij moet beseft worden dat een prothese echter slechts voor een deel de functionaliteit van het lichaamsdeel kan benaderen.

Veel mensen die een lidmaat missen, hebben zelf nog wel het gevoel alsof het ontbrekende lichaamsdeel er nog zit. Ze kunnen bijvoorbeeld pijn of jeuk hebben aan een voet die er niet meer is. Dit verschijnsel wordt fantoompijn genoemd.