Mogelijkheden in het buitengewoon onderwijs

Kinderen die na een opgelopen handicap niet meer voldoende kunnen aansluiten bij het gewone onderwijs, kunnen terecht in het buitengewoon onderwijs. Naast onderwijs bieden die scholen ook opvoeding, verzorging en therapie om de totale persoonlijkheidsontwikkeling te stimuleren. De jongeren worden voorbereid op het maatschappelijk leven en op het uitoefenen van een beroep, al dan niet binnen het normale arbeidscircuit. Om je kind in te schrijven in het buitengewoon onderwijs is een verslag voor toegang tot het buitengewoon onderwijs nodig. Dit inschrijvingsverslag wordt opgesteld door een centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB). Uit dat verslag moet blijken dat redelijke aanpassingen niet voldoende zijn om uw kind de gewone leerdoelen te laten halen in een gewone school.

Het buitengewoon basisonderwijs streeft ontwikkelingsdoelen na. Dat zijn doelen op vlak van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes. Als een leerling leerdoelen bereikt heeft die gelijkwaardig zijn aan die van het gewoon lager onderwijs, dan kan de leerling het getuigschrift basisonderwijs behalen.

Het buitengewoon basisonderwijs is ingedeeld in types, volgens de beperking van de kinderen, en dus de specifieke zorg die zij nodig hebben:

  • Type basisaanbod: voor kinderen met specifieke onderwijsbehoeften voor wie het gemeenschappelijk curriculum met redelijke aanpassingen niet haalbaar is in een school voor gewoon onderwijs. Dit type vervangt type 1 (voor kinderen met een licht mentale handicap) en type 8 (voor kinderen met ernstige leerstoornissen). Leerlingen uit type basisaanbod kunnen na een positieve evaluatie van de school en het CLB na verloop van tijd terug in het gewoon onderwijs instromen.
  • Type 2: voor kinderen met een verstandelijke beperking;
  • Type 3: voor kinderen met een emotionele of gedragsstoornis, maar zonder verstandelijke beperking;
  • Type 4: voor kinderen met een motorische beperking;
  • Type 5: voor kinderen in een ziekenhuis, een preventorium* of een residentiële setting*;
  • Type 6: voor kinderen met een visuele beperking;
  • Type 7: voor kinderen met een auditieve beperking of een spraak- of taalstoornis;
  • Type 9: voor kinderen met een autismespectrumstoornis, maar zonder verstandelijke beperking.

Binnen het kleuteronderwijs bestaat geen type basisaanbod.

In het buitengewoon secundair onderwijs (BuSO) kunnen jongeren van 13 tot 21 jaar terecht. Elke provincie heeft een commissie van Advies voor Buitengewoon Onderwijs. Deze commissie kan de leeftijdsgrens verhogen tot maximaal 25 jaar.

In het BuSO bestaan dezelfde types als in het buitengewoon basisonderwijs.

Jongeren uit verschillende types kunnen in vier opleidingsvormen terecht. Die hebben telkens andere doelstellingen in functie van de toekomst van de jongere:

  • Opleidingsvorm 1: sociale aanpassing. Deze opleidingsvorm geeft een sociale vorming met het oog op integratie in een beschermd leefmilieu.
  • Opleidingsvorm 2: sociale aanpassing en arbeidsgeschiktmaking. Deze opleidingsvorm geeft een algemene en sociale vorming en een arbeidstraining met het oog op integratie in een beschermd leef- en werkmilieu.
  • Opleidingsvorm 3: beroepsonderwijs. Deze opleidingsvorm geeft een sociale vorming en een beroepsvorming met het oog op integratie in een gewoon leef- en werkmilieu. Er worden verschillende opleidingen georganiseerd.
  • Opleidingsvorm 4: algemeen, beroeps-, kunst- en technisch onderwijs. Deze opleidingsvorm geeft een voorbereiding op een studie in het hoger onderwijs en op de integratie in het actieve leven. De studierichtingen komen overeen met de studierichtingen uit het gewoon voltijds secundair onderwijs.

Elke opleidingsvorm heeft eigen studiebewijzen. In opleidingsvorm 4 kunnen jongeren een diploma secundair onderwijs behalen. Een overzicht van diploma's en studiebewijzen in het buitengewoon onderwijs vind je op de site van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming.