Verschil in strafrechtelijke en burgerrechtelijke procedure

Het opsporingsonderzoek en het gerechtelijke onderzoek 

Onmiddellijk na een ongeval met overleden slachtoffers zal de procureur des Konings een opsporingsonderzoek opstarten. De politie brengt na het ongeval steeds de bevoegde procureur op het parket op de hoogte. De procureur zelf of één van zijn substituten heeft de leiding over het opsporingsonderzoek. De procureur geeft de politiemensen de nodige instructies en hij kan een of meer van de volgende maatregelen treffen: 

  • hij kan de betrokken voertuigen in beslag nemen; 
  • hij kan een verkeersdeskundige aanstellen om de juiste omstandigheden van het ongeval te achterhalen; 
  • hij kan het rijbewijs van de chauffeur, die het ongeval veroorzaakt heeft, tijdelijk intrekken; 
  • tijdens het onderzoek kan je de procureur aanschrijven om hem te vragen jou op de hoogte te houden van de stand van zaken in het dossier. Het is ook goed om je te laten registreren als benadeelde persoon. 

Wanneer het opsporingsonderzoek afgerond is, kan de procureur verschillende beslissingen nemen: 

  • hij gaat over tot vervolging van de veroorzaker; 
  • hij beslist tot seponering. 

De procureur moet de beslissing tot seponering motiveren. Hij moet je het besluit ook meedelen wanneer je geregistreerd bent als benadeelde persoon of wanneer je je burgerlijke partij hebt gesteld. Hij kan in uitzonderlijke gevallen ook een minnelijke schikking voorstellen. Dit zal normaal alleen het geval zijn bij kleinere schadegevallen.

De procureur kan zelf verantwoordelijk blijven voor het onderzoek of hij kan een onderzoeksrechter inschakelen. We spreken dan van een gerechtelijk onderzoek. Een onderzoeksrechter wordt meestal alleen gevorderd bij zeer zware feiten, bijvoorbeeld wanneer een bevel tot aanhouding nodig is.

Wil je dat er een gerechtelijk onderzoek komt? Dan kan je je burgerlijke partij stellen voor de onderzoeksrechter.

Zodra het gerechtelijk onderzoek afgerond is, maakt de onderzoeksrechter het dossier over aan de procureur. 

De correctionele en burgerlijke procedure.

Er is een onderscheid tussen een strafrechtelijke en een burgerlijke procedure voor de politierechtbank.

Veroordeling van de veroorzaker: de strafrechtelijke gevolgen 

Een strafrechtelijke procedure wordt ingezet wanneer onderzoek aantoont welke betrokkene de verkeersregels niet heeft nageleefd. Door het rode licht rijden, rijden onder invloed,… zijn hier voorbeelden van. Het doel is om de beklaagde te veroordelen voor een overtreding van de wegcode en eventueel voor het onopzettelijk verwonden of doden van een persoon. De vervolging wordt ingesteld door het parket. Ze kan leiden tot een boete, gevangenisstraf, werkstraf en een rijverbod gedurende een bepaalde periode of levenslang.

Beslist het parket om tot een strafrechtelijke vervolging over te gaan, dan kan je als nabestaande van het slachtoffer hieraan een burgerlijke vordering tot herstel van de schade toevoegen door een burgerlijke partijstelling voor de politierechter.

Wanneer het parket de veroorzaker van een ongeval niet vervolgt, kan je toch proberen een strafvordering af te dwingen via een rechtstreekse dagvaarding voor de politierechtbank.

Vergoeding van de geleden schade: de burgerrechtelijke gevolgen Een burgerrechtelijke procedure is gericht op het herstel van de schade die de veroorzaker heeft aangericht. Deze vordering stel je als nabestaande in. De politierechtbank is bevoegd zich uit te spreken over alle vorderingen tot schadevergoeding als gevolg van een verkeersongeval, ongeacht de grootte van het bedrag.