Inzage in strafdossier

Een van de zeven basisrechten van het slachtoffer van een misdrijf is het recht op het verkrijgen van informatie. Dit is echter niet hetzelfde als het recht op dossierinzage. Of je inzage krijgt, hangt af van de fase van het onderzoek.

Inzage tijdens het opsporingsonderzoek

In de meeste gevallen begint na een verkeersongeval een opsporingsonderzoek door de procureur of zijn substituut. Het dossier ligt nu bij het betrokken parket. Deze onderzoeksfase is geheim. In sommige – eerder zeldzame – gevallen is de procureur bereid mondeling toelichting te geven aan het slachtoffer of zijn familie. Zij moeten dan wel een schriftelijke vraag indienen.

Inzage tijdens het gerechtelijk onderzoek

In een minderheid van de gevallen volgt na een verkeersongeval een gerechtelijk onderzoek. Dit is een zwaardere procedure, geleid door een onderzoeksrechter. Die kan pas een onderzoek starten wanneer de procureur of het slachtoffer dat vraagt.

Wil je dat er een gerechtelijk onderzoek komt, dan moet je je burgerlijke partij stellen. Eens je de hoedanigheid van burgerlijke partij hebt, voorziet de wet dat je inzage mag vragen in het strafdossier. Toch is de onderzoeksrechter niet verplicht dit toe te staan. In een aantal gevallen kan hij dit weigeren of beperken tot een deel van het dossier.

Pas wanneer het onderzoek afgerond is, heeft de burgerlijke partij automatisch recht op inzage. Als het dossier geseponeerd werd, is inzage enkel mogelijk als het parket schriftelijke toestemming geeft. Tijdens de inzage kunnen nabestaanden zich laten bijstaan door een justitie-assistent van de dienst Slachtofferonthaal.

 

PDF
Reflectie_Inzage in het strafdossier_122014
Download PDF (762 Kb)