Burgerlijke partijstelling

Iedereen die schade heeft geleden, kan zich burgerlijke partij stellen. Door je burgerlijke partij te stellen, verkrijg je, naast het recht om schadevergoeding te eisen, ook andere rechten.

  • Je kan inzage vragen in het strafdossier. Nadeel: meestal staat men die inzage pas toe als alle onderzoeksdaden achter de rug zijn. En dat kan soms maanden aanslepen.
  • Je mag bijkomende onderzoeksverrichtingen aanvragen die eventueel nuttig kunnen zijn om de volledige waarheid over het ongeval te achterhalen.
  • Je mag vragen om onderzoeken die langer dan een jaar duren, weer op gang te trekken.

Soorten burgerlijke partijstelling:

1. Voor de politierechtbank

Wordt de veroorzaker van het ongeval vervolgd, dan kan je je burgerlijke partij stellen. Dit gebeurt tijdens de zitting van de politierechtbank. Het doel is de verantwoordelijke te laten veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding aan het slachtoffer. 

Ook wanneer de procureur beslist tot een seponering, heb je nog altijd het recht om een schadevergoeding te eisen via een burgerlijke vordering. Die vordering tot schadevergoeding komt steeds voor de politierechtbank. Je kan ze richten tegen de veroorzaker of de verzekeringsmaatschappij die de burgerlijke aansprakelijkheid van de veroorzaker dekt. Is de veroorzaker niet verzekerd, kan je je ook wenden tot het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds.

2. Voor de onderzoeksrechter

Tijdens het opsporingsonderzoek kan je ervoor zorgen dat er een onderzoeksrechter wordt aangesteld. Je doet dit door een klacht met burgerlijke partijstelling neer te leggen. Vanaf dat moment word je partij in de hele procedure. Je hebt dan het recht je standpunt kenbaar te maken voor er verdere beslissingen genomen worden.

Je kan je voor de onderzoeksrechter op twee manieren burgerlijke partij stellen.

  • Er is al een onderzoeksrechter aangeduid in het dossier.

Dan moet de onderzoeksrechter alleen maar nota nemen van de burgerlijke partijstelling. Je moet geen borgsom betalen.

  • De zaak is nog niet bij een onderzoeksrechter ‘aanhangig’ gemaakt.

Dan moet je eerst een klacht indienen die gericht is aan een onderzoeksrechter en waarin je de feiten uiteenzet.

Wil je klacht indienen, wend je dan tot de griffie van de bevoegde correctionele rechtbank. Meestal zal je een som van 250 euro tot 750 euro moeten betalen als borgsom voor de kosten van het onderzoek. De borgsom wordt terugbetaald indien de veroorzaker van het ongeval wordt veroordeeld, eventueel na aftrek van de gerechtskosten die in het vonnis bepaald worden. Als de veroorzaker van het ongeval door de rechter wordt vrijgesproken of buiten vervolging is gesteld, zal je zelf de kosten van eventuele onderzoeken door deskundigen moeten betalen. Deze kosten kunnen oplopen.