Omgaan met emoties

Een verkeersongeval is een schokkende gebeurtenis die het dagelijkse leven grondig door elkaar schudt en afwisselend verschillende gevoelens en emoties oproept. Iedereen gaat hier anders mee om.

Een schokkende gebeurtenis heeft een aantal kenmerken:

  • de gebeurtenis treedt plots en onverwachts op;
  • ze brengt gevoelens van machteloosheid en ontreddering met zich mee;
  • ze confronteert de betrokkenen, rechtstreeks of onrechtstreeks, met gevaar.

Of je nu zelf gewond bent of je naaste is gewond, je zult proberen te begrijpen wat er gebeurd is. Je probeert een antwoord te vinden op de waaromvraag en je voelt je heen en weer geslingerd tussen heftige emoties en een gevoel van verdoving.

Het ene moment scherm je jezelf af. Je probeert niet te denken aan wat gebeurd is en vermijdt alles wat ook maar met het ongeval te maken heeft. Op andere momenten herbeleef je elke minuut, onder meer bij het zien van beelden van ongevallen op televisie of wanneer je door de politiediensten ondervraagd wordt.

Je kunt last hebben van nachtmerries en schrikreacties. Je voelt je heel emotioneel en je kunt de verschillende gevoelens van angst, agressie, onmacht en verdriet moeilijk controleren of uiten. Het kan moeite kosten om je te concentreren of om zaken te onthouden.

Schuldgevoelens komen naar boven, misschien nog wel het meest wanneer er nog andere betrokkenen bij het ongeval overleden of gewond raakten. In je lichaam gebeurt er van alles. Je hart begint sneller te slaan, je begint sneller te zweten en je benen worden slap. Je voelt ook lichamelijk een heftige pijn.

Om een schokkende gebeurtenis een plaats te kunnen geven, moet men een aantal 'verwerkingstaken' vervullen:

  • aanvaarden wat er gebeurd is;
  • leren omgaan met de pijnlijke gevoelens die verbonden zijn aan de feiten;
  • aanpassen aan de omgeving en een veranderd leven;
  • kunnen geloven in en werken aan een toekomst.

Het is belangrijk om je gevoelens op één of andere manier te uiten. Dat kan door erover te praten, door ze neer te schrijven of door ze vorm te geven in bijvoorbeeld muziek of kunst.

Acute of posttraumatische stressstoornis

Het verwerkingsproces bij kinderen en jongeren.

Kinderen en jongeren reageren anders.
Kinderen en jongeren kennen dezelfde gevoelens als volwassenen. Ook zij zijn na een schokkende gebeurtenis boos, verdrietig, verward en bang. Toch zijn er enkele fundamentele verschillen. Kinderen zijn in de eerste plaats kinderen. Jongeren zijn in de eerste plaats jongeren. Ze reageren vanuit hun ‘kind of jongere zijn’ op een manier die niet altijd gemakkelijk is voor volwassenen om te begrijpen.

Kinderen zijn in zekere mate benadeeld omdat ze in hun taal en denken nog in volle ontwikkeling zijn en ze de dingen vaak letterlijk opnemen. Daartegenover staat dat kinderen spontaner zijn en ze nog maar weinig levenservaring hebben. Dit geeft hen een zekere flexibiliteit die kan bijdragen tot een vlot herstel. 

Jongeren worden sowieso al heen en weer geslingerd tussen hun drang naar onafhankelijkheid en hun behoefte aan bescherming. 

Reacties op verschillende leeftijden 

Een kind of jongere gaat met een moeilijke situatie om op een manier die eigen is aan zichzelf, aan zijn leeftijd en aan zijn mogelijkheden. Meer informatie hierover vind je in het boek 'Kinderen helpen na een schokkende gebeurtenis'

        
  • Baby's (van 0 tot 1 jaar) 

Baby's hebben nog geen ik-besef en drijven daardoor op de emoties van hun omgeving. Het is vooral belangrijk dat hun ritme en structuur worden behouden. Ze hebben behoefte aan eten, drinken, liefde en lichamelijk contact.

        
  • Peuters (van 1 tot 3 jaar) 

Peuters zijn heel sfeergevoelig. Ze richten zich vooral op de reacties van hun ouders. Peuters richten zich mentaal en motorisch op het zoeken van een beschermende figuur en worden daardoor soms opnieuw aanhankelijker en afhankelijker. 

        
  • Kleuters (van 3 tot 6 jaar) 

Kleuters richten zich tot primaire steunfiguren om hun gevoelens van angst te verminderen. Vaak zijn dat in eerste instantie de ouders, maar ook andere vertrouwenspersonen zoals de kleuterleid(st)er, of oma/opa kunnen belangrijk zijn. Na een gebeurtenis met een grote impact heeft een kleuter vooral last van scheidingsangsten. Meestal vertonen kleuters ook regressief gedrag. 

        
  • Lagere schoolkinderen (6 tot 11 jaar) 

Deze baseren zich al minder op de reacties van hun ouders en begrijpen al beter wat er aan de hand is. Dit maakt hen erg kwetsbaar. Ze begrijpen wel alles, maar kunnen er nog niet mee omgaan. Eigen aan kinderen van deze leeftijd is het 'magisch denken'. Omdat ze de werkelijke feiten niet helemaal begrijpen, zoeken ze een verklaring in hun fantasie. Ze leggen dan vaak de oorzaak bij zichzelf, waardoor ze last krijgen van schuldgevoelens. 

        
  • Jonge jongeren (11- tot 14-jarigen) 

Deze kinderen vallen tussen twee groepen in en neigen soms naar de ene, soms naar de andere leeftijdsgroep. Het is belangrijk af te tasten tot welke groep ze behoren. 

        
  • Jongeren (14 tot 18 jaar) 

Jongeren worden sowieso al heen en weer geslingerd tussen hun drang naar onafhankelijkheid en hun behoefte aan bescherming. Ze richten zich vooral op leeftijdsgenoten. Na een schokkende gebeurtenis wordt hun functioneren en positie zowel bij die leeftijdsgenoten als bij hun ouders kwetsbaarder en complexer.

Verwerkingsproces broers en zussen

Wanneer externe hulp inschakelen?
   

Verwerkingsproces broers en zussen

Ook voor de broers en zussen van een gewond verkeersslachtoffer zijn de gevolgen vaak zeer ingrijpend. Ook zij gaan door een verwerkingsproces dat de nodige aandacht vraagt. Concrete tips voor de... Lees verder

Wanneer externe hulp inschakelen?

Het gedrag van je kind kan gedurende lange tijd sterk veranderen. Dat is geen reden tot paniek. Je kind heeft iets ingrijpend meegemaakt. Wanneer je merkt dat je zelf niet de nodige steun kunt geven,... Lees verder